‘Alsof er een hakbijl boven je hoofd hangt’

Hans Nieuwenburg

Een mooi stuk land, prachtige Jerseykoeien en een boerderij waar je u tegen zegt. Samen met zijn vrouw en kinderen maakte Hans Nieuwenburg een droomstart als biologisch boer. Hoe anders is het drie jaar later. Met een boete van bijna twee ton en een doolhof van wetten en regels is hun toekomst alles behalve zeker.

Iedere dag om zes uur de wekker. Gauw de kaplaarzen aan en hup de stallen in. Waar de koeien goeiemorgen loeien en wel een ontbijtje lusten. Daarna met de trekker over het land, de boerderijwinkel opengooien, melken, machines repareren, tussendoor een boterham, een kop koffie en als het even kan ook nog de administratie wegwerken. Een strak regime? Voor Hans is het ultieme vrijheid. “Ik ben opgegroeid op een boerderij en wist als kleine jongen al: dit wil ik later ook. Toen we in 2015 een oude boerderij tegenkwamen, hebben we geen moment getwijfeld. We moesten flink investeren, maar dit was onze droom.”

 

Valse beloften

Dat het stel voor biologisch en duurzaam zou gaan, stond vanaf het begin vast. “We wilden een bedrijf dat klaar is voor de toekomst. Met duurzame stallen, aandacht voor de natuur, de omgeving en het dierenwelzijn. Daardoor duurde het wel wat langer voordat we de eerste liters melk leverden. En precies in die periode, toen wij volop in de verbouwing zaten, besloot de regering de toenemende fosfaatuitstoot aan te pakken. Om de mestproductie terug te dringen, moest de rem op het aantal koeien. De hoeveelheid koeien die een boer op 2 juli 2015 had, bepaalt tot op de dag van vandaag hoeveel koeien hij mag hebben en hoeveel mest hij mag produceren. Met andere woorden: hoeveel fosfaatrechten hij heeft.”

“Door onze verbouwing stond er in de zomer van 2015 nog geen koe in de wei. We waren als de dood dat we daarom geen fosfaatrechten zouden krijgen. Toen we de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) belden, schepten zij de verwachting dat het met die fosfaatrechten wel goed zou komen. De vergunningen waren immers binnen en we voldeden aan alle eisen. Niets bleek minder waar.”

Snelle groeiers

Als de eerste 76 koeien in het voorjaar van 2016 eindelijk het land bestieren, krijgen Hans en Tanja namelijk te horen dat ze hun relatief kleine veestapel met onmiddellijke ingang moeten reduceren. De reden? Ze groeien te snel. “Ik stond perplex. Wij snelle groeiers? We beginnen net.” Om niet in de problemen te raken, doen ze met pijn in hun hart een deel van de koeien weg. “Ik was van plan om, weliswaar tegen mijn zin in, nog meer koeien te verkopen toen onze boekhouder zei: ‘Als je dat doet, kunnen jullie straks de rekeningen niet meer betalen’.” Tegen de regels in stopt Hans met het verkopen van zijn vee. De boete die hij daarvoor krijgt is absurd hoog: 190 duizend euro. En die ‘beloofde’ fosfaatrechten dan? Daar kunnen Hans en Tanja tot op de dag van vandaag naar fluiten.

Einde oefening

“Dat betekent dus dat we illegaal koeien houden en illegaal melk produceren. We worden voor criminelen aangezien. Als ze komen controleren, riskeren we een celstraf. Maar wat moeten we dan? De boel sluiten is geen optie. Zonder fosfaatrechten is ons bedrijf nul komma nul waard. Stoppen zou ons faillissement betekenen. En we willen ook helemaal niet stoppen.” Lotgenoten stapten al naar de rechter en deze kregen in eerste instantie gelijk, maar in het hoger beroep verloren zij. Vele zaken volgden van individuele biologische veehouders waaronder ook die van Hans. Hierop sprak de rechter uit dat RVO de zaak van Hans weer opnieuw moet beoordelen. “Vanaf augustus wachten we al op een reactie. We worden totaal niet serieus genomen. Dag en nacht zijn we ermee bezig. Formulieren aanleveren, stukken lezen, opnieuw bezwaar maken, bellen en wachten. Eeuwig wachten. Tegelijkertijd moeten we de boerderij draaiende houden. Ik vraag me serieus uit hoe lang we dit nog volhouden. Alsof er een hakbijl boven je hoofd hangt. Het kan ieder moment afgelopen zijn.”

Oplossing

Toch blijven de twee strijdbaar. “Het kan toch niet zo zijn dat wij biologische boeren, boeren die – als we de overheid moeten geloven – hét voorbeeld zijn voor een duurzame toekomst, op moeten draaien voor een mestoverschot waar we helemaal niet verantwoordelijk voor zijn? Het aantal koeien dat een biologische boer houdt en de hoeveelheid mest die hij produceert, is namelijk altijd in balans met de hoeveelheid grond die hij heeft. Voor ons móet toch een uitzondering gemaakt kunnen worden? We worden aan alle kanten gesteund, van vaste klanten en de lokale politiek tot het Wereld Natuurfonds, maar de Tweede Kamer grijpt niet in. Toch wordt het hoog tijd dat de minister wakker wordt en dit drama oplost. Anders is er straks geen bioboer meer over.”

Comments are closed.